Stoeien en humor!

Mannen in het basisonderwijs

Eén op de zes scholen heeft helemaal geen meesters meer in dienst, vermeldt de Nationale Onderwijsgids in september 2016. Diederik Brink van CNV Onderwijs voegt eraan toe dat wanneer bij een school de laatste mannelijke docent is vertrokken, het des te moeilijker blijkt te zijn om een nieuwe meester te vinden. Waar komt dit allemaal door en hoe zit het bij Consent? Om hier wat dieper op in te gaan heb ik vijf jonge mannelijke Consent-leerkrachten geïnterviewd. Ik wilde weten wat hen heeft bewogen om voor het onderwijs te kiezen en hoe het bevalt.

Ik sprak met Sven Koebrugge (26, Prinseschool), Thomas Bril (28, De Linde), Arjan Wissink (26, Zuidsprong), Rob ter Borg (31, LaRes) en Jacco van Egteren (25, LaRes). 

Betrokkenheid

Wat in alle gesprekken het meest opvalt, is de grote betrokkenheid bij de leerlingen. Daar doen deze leerkrachten het voor! Je kunt zeggen: Dat is toch logisch? Onderwijs geven doe je toch voor de leerlingen, die je een waardevol fundament wilt geven onder hun toekomst? Maar zo simpel ligt het niet. Mensen kiezen hun beroep ook regelmatig vanwege de carrièremogelijkheden, het salaris en/of de status. In het onderwijs is met alle drie wel iets aan de hand. Carrièremogelijkheden zijn er sinds de invoering van de functiemix en de lerarenbeurs wat meer dan voorheen, maar nog steeds zijn ze beperkter dan in het bedrijfsleven. Het salaris in het basisonderwijs is momenteel een van de belangrijke items in ons land, nu staatssecretaris Dekker daarover wat minder handige uitspraken gedaan heeft. En de status van het leraarschap is al jaren niet meer wat deze vroeger was, al zien we ook wel weer een verbetering optreden. Waarom dan toch deze keuze? Een aantal motieven op een  rij: 

  • Het eigen onderwijsverleden of dat van een familielid, dat helemaal niet of juist wel goed verliep. Teleurstellende gebeurtenissen die ertoe geleid hebben dat je iets wilt betekenen voor kinderen die niet gezien worden. 
  • Genieten van de contacten met kinderen, van hun spontaniteit, hun wijsheid, hun nieuwsgierigheid. 
  • Genieten van het overdragen van kennis en leer-enthousiasme aan jonge mensen. 
  • Door in het onderwijs te werken zelf alsmaar blijven leren. 

Rolmodel en balans

We hebben uitgebreid gesproken over de vraag of het belangrijk is dat er op een school zowel mannen als vrouwen werken. Vrouwen zijn immers capabel genoeg om kinderen een goede basisopleiding te geven. Doet het er dan iets toe of de leerkrachten vrouwen of mannen zijn? Ja, zeggen alle gesprekspartners volmondig, net als hun mannelijke én vrouwelijke collega’s in het land:

Bron: enquête CNV Onderwijs 2014 / cijfers DUO

Een goede balans tussen vrouwen en mannen betekent ook een goede balans tussen een meer feminiene en een meer masculiene aanpak. Hoewel vrouwen ook masculiene en mannen ook feminiene eigenschappen bezitten, is hier toch wel iets generaliserends over te zeggen. Zo blijven vrouwen volgens mijn gesprekspartners in het algemeen langer praten en pakken mannen eerder door. In de omgang met de leerlingen zie je bij vrouwen vaak een wat zachtere aanpak en bij mannen eerder de inzet van humor. De mannen ervaren dat het ook heel waardevol kan zijn om even wat te stoeien met leerlingen (jongens), waarbij ze zich ook uitermate goed bewust zijn van de risico’s die dat met zich mee kan brengen. Voor jongens én meisjes is het goed om te zien dat het leraarschap voor zowel mannen als vrouwen een prachtig beroep is. Leerkracht zijn kan ook stoer zijn! 

En ook de vrijdagmiddagborrel of het personeelsuitje is anders als de groep gemengd is… 

Jongensgedrag

De beide mannen die op dezelfde school werken en daar samen groep 7 en 8 doen, genieten van het feit dat ze met elkaar “domme grapjes” kunnen maken. Zij snappen dat leerlingen die een experiment doen om te ervaren wat wel en niet op water blijft drijven, een natte spons in elkaars nek uitknijpen. Daar word je niet boos om, je lacht erom (“Ik zou het zelf ook doen!”) en zegt erbij dat het wel bij één keer moet blijven. Tijdens de pauzes is zwangerschap vaak het gesprek van de dag. Na een half uur weeën en kolven is het voor hen tijd om een potje te voetballen of tafeltennissen… Herkenbaar jongensgedrag.

Met leerlingen naar Schiermonnikoog!

Differentiatie

Een belangrijke suggestie die uit de gesprekken komt, is om in de pabo-opleiding meer differentiatie aan te brengen. Knutselen en liedjes zingen past doorgaans toch beter bij vrouwen dan bij mannen; waarom moet iedereen daar dan in de opleiding mee bezig zijn? Meer differentiatie en meer profilering in de uitstroom helpt. 

Carrière?

Alle geïnterviewden denken na over het verdere verloop van hun carrière. Voor de een betekent dat dat hij zeker weet dat hij de komende tien jaar gewoon voor de groep staat, voor de ander dat hij op korte termijn een master management gaat doen, voor weer een ander dat hij onderzoekt welke educatieve mogelijkheden er buiten het onderwijs zijn. Geen van allen heeft een carrière gepland; ze genieten van het heden en zien wel wat de toekomst brengt!

Jonneke Adolfsen