Sociale veiligheid stimuleren door positief gedrag

Een week of vijf geleden liet de nieuwe Kinderombudsman, Margrite Kalverboer, van zich horen. Zij maakt een tocht langs scholen, waarbij zij bezoeken aflegt en met kinderen praat. Na de eerste tien bezoeken deelde ze met ons wat ze tot dat moment gezien en gehoord had. Ze heeft geconstateerd dat er weliswaar het een en ander gebeurd en geregeld is op het gebied van pesten, maar dat de kinderen ook zeggen dat leraren wegkijken. In de Volkskrant werd ongeveer tegelijkertijd gemeld dat er minder meldingen zijn van pestgedrag (bekijk het artikel). Dat is mooi, maar staatssecretaris Dekker geeft terecht aan dat een kleine daling nog geen succes is; er blijven nog veel te veel problemen over.

Onderzoek van de Kindertelefoon leert dat slechts een op drie kinderen op de hoogte is van het antipestbeleid van de school. 

Wat kunnen we uit deze informatie afleiden? Zonder dat ik er wetenschappelijk onderzoek naar gedaan heb, maar met mijn ervaring als leraar, vertrouwenspersoon, vertrouwensinspecteur én moeder durf ik wel te zeggen dat het opvolgen van afgesproken regeltjes en het toepassen van een serie afgesproken stappen niet heel adequaat is. Deze brengen dat wat de school wil nog onvoldoende tot leven. Een beleid waarvan de hele school doordesemd is en dat dagelijks in de onderlinge omgang herkenbaar is, maakt de kans op een pestvrije omgeving veel groter. De keuze van Consent om uit te gaan van het stimuleren van positief gedrag mag in het licht van bovengenoemde nieuwsartikelen dan ook een goede genoemd worden. Praten over sociale veiligheid, dilemma’s met elkaar bespreken, leren hoe je gesprekken voert met kinderen en collega’s, inzetten van mediawijsheid - dat maakt sociale veiligheid tot een geïntegreerd element van het dagelijks leven in de school, dat ons allemaal raakt.

Jonneke Adolfsen