Je leert van de nieuwe school en de nieuwe school leert van jou

Sinds anderhalf jaar is ze nu directeur van De Esmarke: Veroniek Kortink. Ze werkt al twintig jaar in het Enschedese openbaar onderwijs, maar veranderde elke paar jaar van functie. Waarom? “Omdat het je fris houdt. In een nieuwe baan zie je dat dingen ook anders kunnen en dat prikkelt je om een nieuwe kijk te ontwikkelen. Je leert om bewuste keuzes te maken omdat je nooit op de automatische piloot kunt werken. Je leert van de nieuwe school en de nieuwe school leert van jou.”

Het begon voor Veroniek bij de Pabo in Enschede. “Enschede kreeg in 1990 een Pabo aan de Hengelosestraat”, zegt Veroniek, “Daar heb ik op gezeten. En in 1994, toen ik klaar was, sloot deze vestiging weer.” Ze lacht. En waarom eigenlijk de Pabo, vroegen we. Veroniek begint weer te lachen. “Op de middelbare school had ik werkelijk geen idee wat ik wilde worden. Totdat ik een boekje in handen kreeg van de Zilvervlootrekening van de Rabobank. Daar stond een stukje in over banen met toekomst. Een daarvan was: het onderwijs. En ineens dacht ik: dit is wat ik wil!”

Dus: de Pabo. Het werd een mooie tijd. “De studie op zich vond ik niet eens zo leuk”, vertelt Veroniek, “maar de stages vond ik geweldig”.  Ze deed ze op verschillende scholen die nu bij Consent horen: Het Palet, De Broekheurne en De Bothoven. Na haar afstuderen volgde anderhalf jaar invalwerk, en toen – in 1996 – een vaste baan. Op de Europaschool.

“Daar heb ik alle groepen gehad”, zegt Veroniek. “Echt letterlijk alle groepen. Ik heb er ontzettend veel geleerd. En ik kreeg de mogelijkheid om de IB-opleiding te gaan doen.” Toen er een functie als IB-er vrijkwam op de Prinseschool besloot Veroniek te solliciteren. En ze werd aangenomen. “Negen jaar heb ik op de Prinseschool gewerkt, net zo lang als op de Europaschool. Ik begon dus als IB-er en klom verder op. Locatieleider, adjunct-directeur en uiteindelijk, samen met Astrid (Hofstede red.) directeur. Een geweldige tijd heb ik er gehad.” 

We vroegen Veroniek wat de hoogtepunten van negen jaar Prinseschool waren. Daar hoefde ze geen seconde over na te denken. “De simpele dingen. Met kinderen. Een kleuter die tegen me zei: ‘jij bent de conciërge van onze school hè?’. En toegezongen worden door de hele school op mijn 40ste verjaardag.” Ze zucht.

“Na negen jaar Prinseschool was het tijd voor iets anders,” gaat Veroniek verder. “Vorig jaar kwamen er een paar directeurenfuncties vrij en ik heb heel bewust op die van de Esmarke gesolliciteerd. Er is een enthousiast team, met veel kansen en mogelijkheden. Er moet best het een en ander gebeuren, maar het is uitdagend om daar je tanden in te zetten. Met elkaar als team werken aan een school waar we het beste uit de leerlingen halen en waar ouders hun kinderen graag naar toe laten gaan.” Teamwerk is voor Veroniek een sleutelwoord. “Ja, je doet het als team. Dat betekent dat je elkaar zowel aanspreekt als ondersteunt en helpt. Het is daarvoor nodig dat je je kwetsbaar durft op te stellen. Dat heb ik ook zelf moeten leren. Vroeger wilde ik alles zelf kunnen, ik weet nu dat het soms beter is om hulp te vragen.”

Veroniek is dus om de zoveel jaar van functie veranderd. Zouden anderen dat ook moeten doen? “Eigenlijk wel”, zegt ze. “In het onderwijs leren wij kinderen om zich te ontwikkelen, om creatief en nieuwsgierig te zijn, om steeds weer nieuwe dingen te ontdekken. Kun je dat als je zelf al tien jaar op dezelfde groep zit? Ben je dan wel geloofwaardig?” Na een korte stilte gaat ze verder: “We verkeren in de luxe positie dat we allemaal onderdeel van een grote stichting zijn, met tal van mogelijkheden om eens een keer te switchen. Eigenlijk zou iedereen daar gebruik van moeten maken. Tussen de Consentscholen zijn niet alleen verschillen, maar ook heel veel overeenkomsten. Bij een andere school vind je heel snel weer je plekje.”

Haar advies: “Kijk eens om je heen. Een andere groep of een andere school geeft zoveel nieuwe prikkels. Dat is goed voor jezelf, maar ook voor de nieuwe school: nieuwe mensen brengen zoveel nieuwe dingen met zich mee. De school wordt er rijker van en jezelf ook.”